Internationaal recht
| |
|
De rechtswereld in Belgie is niet beperkt tot het Belgisch recht of Belgische rechtsinstellingen.
Deze rubriek beperkt zich tot het volgende overzicht:
zie ook: www.ipr.be
|
Onderscheid: supranationaal recht - verdragsrecht
In sommige gevallen kunnen Belgische onderdanen een beroep doen op internationale regels.
Daarbij maakt men een onderscheid tussen:
supranationaal recht:
dit zijn regels die door een internationale instelling zijn gecreëerd waaraan België een deel van haar wetgevende macht heeft overgedragen. Een goed voorbeeld hiervan is de Europese Unie.
verdragsrecht:
dit zijn regels die in verdragen zijn opgenomen die door de Belgische wetgever zijn goedgekeurd.
In andere gevallen kunnen Belgische onderdanen beroep doen op internationale rechtbanken, om een geschil te laten beslechten. Het bekendste voorbeeld hiervan is het Europees Hof van de Rechten van de Mens.
www.echr.coe.int

Europese Unie
overzicht van de instellingen
Net als in elke rechtsstaat is ook in de Europese Unie het gezag verdeeld over verschillende instellingen.
Het gaat om :
Het Europees Parlement heeft geen eigen wetgevende bevoegdheid. Het heeft hoofdzakelijk een adviserende taak. Haar voornaamste taak is echter dat zij de begroting voor de Europese Unie moet goedkeuren. De leden van het Europees parlement worden om de vijf jaar gekozen door de EU-burgers. Het Europees Parlement zetelt in Straatsburg.
www.europarl.eu.int
De Europese Commissie is het 'dagelijks bestuur' van de Europese Unie. Zij houdt toezicht op de naleving van het EU-recht door de lidstaten en dagvaardt hen desnoods voor het Hof van Justitie om de naleving af te dwingen. De leden van de Europese Commissie worden aangeduid door de regeringen van de lidstaten voor een termijn van vijf jaar. De Europese Commissie heeft haar zetel in Brussel.
www.europa.eu.int
De Raad van Ministers is de instelling die de eigenlijke beslissingen neemt. De Raad wordt telkens samengesteld door de Ministers van de lidstaten die in hun land bevoegd zijn voor de beslissing die moet genomen worden. De Raad van Ministers komt samen telkens daar noodzaak toe bestaat.
www.ue.eu.int
Het Hof van Justitie verzekert de eerbiediging van het EU-recht door de lidstaten en haar onderdanen. Naast het Hof van Justitie bestaat er ook nog een Gerecht van Eerste Aanleg van de EU die bevoegd is om individuele EU-beslissingen te vernietigen. Beide rechtscolleges zetelen in Luxemburg.
www.curia.eu.int
overzicht van voornaamste rechtsmateries
- het vrije verkeer van de goederen tussen de lidstaten. Dit heeft geleid tot de oprichting van de douane-unie
- het vrije verkeer van personen, diensten en kapitaal tussen de lidstaten. Hierdoor heeft elke onderdaan van een lidstaat het recht om zich vrij te bewegen binnen de Europese Unie, zich in elke andere lidstaat te vestigen en er te werken
- een gemeenschappelijk landbouwbeleid voor alle lidstaten
- een gemeenschappelijk beleid voor mededinging tussen de ondernemingen
- een gemeenschappelijk economisch en monetair beleid, wat intussen geleid heeft tot een monetaire Unie waarin er één munteenheid, de euro, als betaalmiddel geldt.

Verdragsrecht en internationale instellingen
België is d.m.v. verdragen lid geworden van diverse internationale instellingen of heeft de bevoegdheid van deze instellingen erkend.
het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens
België is verdragspartij bij het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden, gesloten door de lidstaten van de Raad van Europa (dit is een andere Europese instelling dan de Europese Unie).
Dit verdrag biedt aan iedereen die onder de rechtsmacht van de verdragspartijen ressorteert een collectieve garantie van een aantal materiële grondrechten, zoals:
- het recht op leven
- het verbod op foltering, mensonterende behandelingen en het verbod op slavernij
- het recht op persoonlijke vrijheid en veiligheid
- het recht op een behoorlijke rechtsbedeling
- het recht op de eerbiediging van het privé- en gezinsleven, het recht op huwelijk
- het recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst en vrije meningsuiting
De procedurele grondrechten in internationale verdragen.
België heeft het Europees Verdrag van 4 november 1950 tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) en het Internationaal Verdrag van 19 december 1966 inzake burgerrechten en politieke rechten (BUPO) geratificeerd.
Deze twee verdragen, die een rechtstreekse werking hebben in het interne recht, bevatten een aantal procedurele waarborgen voor een behoorlijke rechtsbedeling. Sommige van die waarborgen, zoals het recht op een onafhankelijke en onpartijdige rechter, worden eveneens geboden in de Grondwet. In dergelijke situatie wordt de bepaling toegepast die de rechtsonderhorige de ruimste bescherming biedt.
Het EVRM biedt elke rechtsonderhorige, ongeacht zijn nationaliteit, die alle nationale rechtsmiddelen heeft uitgeput, toegang tot supranationale rechtsinstanties waarvan de uitspraken de Staat binden.
Artikel 6 EVRM en artikel 14 BUPO sommen een aantal procedurele waarborgen op die eenieder moet genieten “bij het vaststellen van zijn burgerlijke rechten en verplichtingen” of “bij het bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde strafvervolging”.
Deze waarborgen zijn:
- Het recht op een onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie. De onpartijdigheid van de rechter moet boven elke twijfel verheven zijn, omdat hij over anderen moet oordelen.
- Het recht op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak. Een eerlijke behandeling houdt ondermeer in dat de procedure op tegensprekelijke wijze verloopt. Dit vereist dat de partijen kennis krijgen van alle argumenten en bewijsstukken die aan de rechtbank worden voorgelegd en dat zij hierover kunnen debatteren voor de rechtbank.
- Het recht op de behandeling van zijn zaak binnen een redelijke termijn.
Het vereiste van onafhankelijkheid en onpartijdigheid wordt bijzonder streng beoordeeld: “Justice must not only be done, it must also be seen to be done”. Vooreerst moeten de rechterlijke organisatie en de rechtspleging zo zijn gestructureerd dat er in hoofde van de rechtzoekenden geen twijfel omtrent de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechterlijke instantie kan rijzen (objectieve of structurele onpartijdigheid). Vervolgens mag de rechter niet persoonlijk vooringenomen zijn (subjectieve of persoonlijke onpartijdigheid) of zich onder druk laten zetten.
Het recht op de behandeling van zijn zaak binnen een redelijke termijn, houdt voor de Staat de verplichting in de rechtsbedeling zo te organiseren dat een rechterlijke uitspraak binnen een redelijke termijn wordt geveld.
De duur van de behandeling van een zaak hangt af van de aard van het rechtscollege en verschilt ook van arrondissement tot arrondissement.
De redelijkheid van de procesduur dient steeds in concreto te worden beoordeeld. Indien de strafrechter vaststelt dat de behandeling binnen een redelijke termijn niet kan worden gewaarborgd, neemt hij dit in acht bij de straftoemeting.
Voor strafzaken bevatten artikel 6 EVRM en artikel 14 BUPO nog een aantal bijkomende waarborgen.
Zo geldt voor eenieder die wegens een strafbaar feit wordt vervolgd, een vermoeden van onschuld tot zijn schuld volgens de wet bewezen wordt.
Bovendien geniet een strafrechtelijk vervolgde persoon ten minste de volgende rechten:
- onverwijld, in een taal die hij verstaat, en in bijzonderheden, op de hoogte te worden gebracht van de aard en de reden van de tegen hem ingestelde beschuldiging;
- te beschikken over voldoende tijd en faciliteiten die nodig zijn voor de voorbereiding van zijn verdediging;
- zichzelf te verdedigen of de bijstand te hebben van een raadsman van zijn keuze, of, indien hij niet over voldoende middelen beschikt om een raadsman te bekostigen, kosteloos door een toegevoegd raadsman te kunnen worden bijgestaan, indien het belang van de rechtspraak dit eist;
- recht op een ondervraging van de getuigen à charge en de oproeping en de ondervraging van getuigen à décharge te doen gebeuren onder dezelfde voorwaarden als het geval is met de getuigen à charge;
- de kosteloze bijstand door een tolk, indien hij de taal die ter zitting wordt gebruikt niet verstaat of niet spreekt.
Deze waarborgen zijn niet exhaustief, maar slechts elementen van het algemene recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak.
Artikel 14 BUPO garandeert daarenboven het recht om niet tegen zichzelf te getuigen of een bekentenis af te leggen.
Het zevende protocol bij het EVRM, evenals artikel 14 BUPO garandeert in strafzaken bovendien nog de volgende rechten:
- het recht om zijn veroordeling opnieuw te doen beoordelen door een hoger rechtscollege;
- het recht op schadeloosstelling voor wie ten onrechte een straf heeft ondergaan;
- het verbod om voor eenzelfde strafbaar feit een tweede maal te worden gestraft.
Het zevende protocol bij het EVRM werd evenwel door België niet bekrachtigd.
De naleving van dit verdrag wordt verzekerd door drie instellingen die zetelen in Straatsburg:
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft als belangrijkste taak na te gaan of de lidstaten de grondrechten in het verdrag niet schenden. Indien het Hof een schending vaststelt dan is de lidstaat verplicht om de benadeelde een voldoende rechtsherstel aan te bieden.
De Europese Commissie voor de Rechten van de Mens is de sluis tot het Europees Hof. Indien burgers menen dat een lidstaat een grondrecht van het verdrag heeft geschonden, kunnen zij daarvoor een klacht indienen bij het Europees Hof.
Het Comité van ministers is de verzameling van de ministers van buitenlandse zaken van de lidstaten van de Raad van Europa, die twee keer per jaar samenkomen om toezicht te houden over de werking van het Europees Hof en de Commisie.

het Beneluxgerechtshof
Na de oprichting van de Benelux hebben Belgie, Nederland en Luxemburg een aantal rechtsmateries geregeld door een gezamenlijk wetgevend initiatief. De belangrijkste hiervan zijn:
de wet op de dwangsom
de wet op de verplichte verzekering van de burgerlijke aansprakelijkheid motorvoertuigen
de merkenwet
Om de interpretatie van deze wetten eenvormig te houden, werd er een Beneluxgerechtshof opgericht dat zetelt in Luxemburg en aan wie de nationale rechtscolleges vragen kunnen stellen omtrent de interpretatie van deze Beneluxwetgeving.

de Verenigde Naties
De Verenigde Naties werden in 1945 opgericht om alle naties ter wereld te verzamelen in één vergadering om de internationale samenwerking te bevorderen en de vrede te handhaven.
De Verenigde Naties hebben hun zetel in New York en hebben verscheidene instellingen verspreid over de hele wereld. De belangrijkste daarvan zijn de algemene vergadering, de veiligheidsraad, de sociale en economische raad en het secretariaat-generaal.
In de schoot van de Verenigde Naties is er ook Internationaal Hof van Justitie (men spreekt ook wel van het Internationaal Gerechtshof) dat bestaat uit vijftien rechters. Het Hof doet uitspraak over zaken die lidstaten aanhangig maken of over zaken die door het Handvest van de Verenigde Naties aan haar werden toegekend. Het Hof zetelt in Den Haag.
