OVB roept op om digitale oorlog bij justitie te stoppen

De OVB doet via een opmerkelijke open brief een oproep om de digitale oorlog bij justitie te stoppen. De aanleiding voor dat initiatief is een brief van de Eerste voorzitter van het hof van beroep te Antwerpen, een opiniestuk van een magistraat in De Juristenkrant en een door het hof van beroep verspreide folder die aanzet om een wettelijke regeling te omzeilen.

De discussie draait rond een Koninklijk Besluit dat vorige week in het Staatsblad verscheen, waarbij de advocaten die op elektronische wijze hun conclusies en stukken neerleggen dat enkel nog kunnen via een betalend digitaal platform DPA. De kritiek van bepaalde magistraten is dat daarmee enkel privébelangen worden gediend en dat dat het bewijs zou zijn van de privatisering van justitie.

De OVB schreef een open brief, waarin de kritieken worden weerlegd. “Wij nodigen iedereen uit om die open brief grondig te lezen, zowel advocaten als magistraten. Het is tijd dat er een einde komt aan de desinformatie”, aldus voorzitter Janssens. De OVB hoopt dat de sereniteit terugkeert. Dat is in het belang van alle burgers.

Hieronder leest u de volledige open brief.

Niemand heeft belang bij de digitale oorlog bij justitie

De Eerste Voorzitter van het hof van beroep te Antwerpen schreef een brief aan de Orde van Vlaamse Balies naar aanleiding van de inwerkingtreding van het Koninklijk Besluit en het Ministerieel Besluit van 9 oktober. Die verplicht advocaten bij het elektronisch neerleggen van conclusies en stukken enkel het digitaal platform DPA te gebruiken.

De brief kende een snelle verspreiding via e-mailgroepen en sociale media. Naast de brief werd ook een opiniestuk rondgestuurd (dat deze week in De Juristenkrant verschijnt) van een magistraat die vindt dat er sprake is van een “volledige uitverkoop en privatisering van justitie als openbare dienst”. Hij bekritiseert de nieuwe wettelijke regeling waarbij “privébelangen met de medeplichtigheid van de uitvoerende macht de toegang tot het gerecht hebben gekaapt” (sic).

Intussen verspreidt het Hof van Beroep een folder, met een handleiding hoe de wettelijke regeling kan worden omzeild en dat met de triomfalistische boodschap “e-Deposit blijft GRATIS! Ook voor advocaten”. De advocaten worden aangemoedigd om een valsheid te plegen door zich niet als advocaat aan te melden, maar wel als “burger” of als “medewerker” van het eigen kantoor.

De Orde van Vlaamse Balies neemt met bezorgdheid kennis van die communicaties en doet een plechtige oproep aan iedereen om de rust te laten terugkeren en vooral aandacht te hebben voor de feiten, eerder dan een op een verkeerde perceptie gebaseerde stellingenoorlog. De Orde van Vlaamse Balies wil daarom 5 punten in herinnering brengen:

1.
Het is juist dat de overheid voor de digitalisering van justitie beroep doet op partners. Zo hebben de gerechtsdeurwaarders het platform ontwikkeld voor de afhandeling van onbetwiste schulden. Dat zorgt voor minder werk voor de rechtbanken, nu die zaken via een administratieve weg worden afgehandeld en de tussenkomst van de rechter tot bijna niets herleid is. Er waren niet veel magistraten die vonden dat daarmee de rechtsstaat in gevaar kwam. Er waren wel euforische berichten van de vermindering van het aantal verstekvonnissen.

Toen ons land, als gevolg van rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, ervoor moest zorgen dat er bij een strafrechtelijk verhoor steeds de bijstand moet zijn van een advocaat, heeft de Orde van Vlaamse Balies een digitaal platform ontwikkeld, waardoor nu vanuit elk politiekantoor die bijstand kan worden georganiseerd. De politiediensten zijn uitermate tevreden over dat systeem, waarvan de ontwikkelingskost volledig door de advocatuur werd gedragen. Heeft toen iemand geklaagd over de aantasting van de rechtsstaat, wanneer de advocatuur toen een overheidstaak op zich heeft genomen?

Er zijn ook andere digitaliseringsprojecten. Zo is er bijvoorbeeld de afhandeling van faillissementen via RegSol. Buitenlandse rechtbanken komen dat systeem bekijken en putten er inspiratie uit. De advocatuur heeft daar aanzienlijk in geïnvesteerd. 

2.
De digitalisering van justitie gebeurt niet in het luchtledige. Er is een wettelijke basis. De Orde van Vlaamse Balies (en de Ordre des barreaux francophones et germanophone (OBFG)) zijn door de wetgever aangewezen als de verantwoordelijke. 

De Orde van Vlaamse Balies neemt er akte van dat een deel van de magistratuur daar niet gelukkig mee is. Dat is nochtans de wil van de wetgever en de scheiding der machten gebiedt dat de rechterlijke macht de keuzes van de wetgever respecteert. Die keuzes zijn overigens niet in strijd met hogere normen.

De OVB heeft zich daarin sterk geëngageerd, omdat het zowel in het belang van de rechtzoekende als de advocatuur is dat de digitalisering van justitie vooruitgang boekt. De advocatuur heeft in het project al meer dan 8.000.000 EUR geïnvesteerd. Er zijn weinig beroepsgroepen die zoveel investeren in de werking van een overheidsdienst.  

De Orde van Vlaamse Balies begrijpt dan ook de agressieve houding niet van een bepaald deel van de magistratuur. De balie en de magistratuur hebben immers dezelfde belangen: een efficiëntere justitie met minder administratie, waardoor zowel rechters als advocaten meer tijd hebben voor wat er écht toe doet: recht doen spreken.

3.
De Orde van Vlaamse Balies heeft voor de ontwikkeling van al die digitale toepassingen een vennootschap opgericht, de cvba Diplad. Die wordt door sommigen smalend weggezet als een private onderneming. De eerlijkheid gebiedt echter daar aan toe te voegen dat enkel de Ordes van advocaten aandeelhouder zijn van de cvba Diplad. Het is de collectiviteit van de advocatuur die dus lid is. Wie in dat verband spreekt van “privébelangen” die de toegang tot het gerecht hebben “gekaapt” (zoals een magistraat doet in De Juristenkrant) heeft het niet goed voor met de advocatuur. Overigens is het nog maar de vraag wat voor “belangen” dat dan wel zijn, nu er op dit ogenblik vooral veel investeringen zijn gedaan en dat in de nabije toekomst niet zal verminderen. De advocatuur neemt op dat punt zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid op door een overheidsdienst in nood bij te staan, net zoals ook de gerechtsdeurwaarders en de notarissen dat doen.

Het is echter duidelijk dat cvba Diplad werkt in opdracht van de OVB en de OBFG. Dat betekent dus concreet dat de communautaire ordes verantwoordelijk zijn voor het digitaal platform DPA. Wie dus fulmineert tegen de cvba Diplad is dus aan verkeerde adres, nu de wetgever de digitaliseringsopdracht aan de advocatuur heeft toegewezen.

Dat belet de advocatuur natuurlijk niet om een gespecialiseerde vennootschap op te richten, waarin al de technische knowhow wordt gebundeld en er ook via een bedrijfsmatige aanpak wordt gewerkt. De controle daarop berust bij de aandeelhouders (de balies). 

4.
Het Koninklijk Besluit van 9 oktober verplicht nu de advocaten bij de elektronische neerlegging gebruik te maken van het DPA-platform.

Het ontwerp van dat KB werd door de Gegevensbeschermingsautoriteit (GBA, voorheen Privacycommissie) onderzocht en DIE formuleerde opmerkingen aan de minister van Justitie. De minister heeft hierop het ontwerp van KB aangepast. Er werd, om tegemoet te komen aan de opmerkingen van de GBA, een verwerkingsovereenkomst afgesloten tussen de FOD Justitie enerzijds en de OVB/OBFG anderzijds. Daarin zijn waarborgen opgenomen ter bescherming van de privacy, zoals gevraagd door de GBA.

Er wordt gefluisterd dat dat KB door sommigen zou worden aangevochten bij de Raad van State. Dat is nooit uit te sluiten en is overigens ook niet meer dan normaal in een rechtsstaat. Het KB bestaat intussen en zolang het niet is vernietigd moet het worden nageleefd. 

Voor zij die eraan twijfelen: de Orde van Vlaamse Balies heeft zich door gespecialiseerde advocaten laten bijstaan, die de uitwerking van het DPA-platform juridisch hebben doorzocht op conformiteit met o.m. de GDPR-verordening, het mededingingsrecht en de wet op de overheidsopdrachten. De OVB is het aan de Vlaamse advocaten en aan alle rechtzoekenden verschuldigd dat er geen rechtsonzekerheid wordt gecreëerd. De OVB kijkt dan ook met veel vertrouwen de eventuele procedures tegemoet die zouden worden opgestart, maar doet ook een oproep aan de magistratuur om daar niet op vooruit te lopen. In een rechtsstaat moet de wet worden nageleefd, dus ook door rechters.

5.
Het gebruik van het DPA-platform is niet gratis. Dat is overigens ook zo bij de door de gerechtsdeurwaarders en de notarissen beheerde platformen. De mogelijkheid om dat op te leggen, staat in de wet.

Is 9 EUR veel voor het gebruik van het DPA-platform? Alles heeft een kostprijs. Een conclusie elektronisch verzenden naar een rechtbank en – via de advocatensoftware waarmee alle advocaten uitgerust zijn - ook meteen naar de tegenstrever van de advocaat en zelfs naar de cliënt, levert efficiëntiewinsten op.  

Het nieuwe systeem sluit niet uit dat ook nog op de oude manier conclusies worden neergelegd: afprinten in tweevoud, opsturen (of neerleggen ter griffie) enz. Ook dat heeft een kostprijs, die wanneer de advocaat eerlijk is met zichzelf meer bedraagt dan de 9 EUR bij een elektronische neerlegging.


Uit de vijf punten blijkt dat het DPA-platform een weloverwogen instrument is. Het verplicht gebruik was al geruime tijd aangekondigd en alle advocaten hadden zich daarom al een specifieke advocatenkaart aangeschaft. De inwerkingtreding was al enkele keren uitgesteld, zodat het Koninklijk Besluit toch nog als een verrassing kwam, al waren er al de afgelopen maanden informatiesessies georganiseerd en was er al tal van informatie verspreid.

De Orde van Vlaamse Balies wil constructief blijven meewerken aan de verdere digitalisering van justitie en doet dan ook een warme oproep aan iedereen – magistraten, advocaten en alle ander actoren – om positief en constructief verder te werken.  Vorige week organiseerde de Orde van Vlaamse Balies een “legal tech” congres met talrijke buitenlandse sprekers, waaruit duidelijk gebleken is dat we in ons land ver achterop liggen. Er is geen tijd meer te verliezen met stellingenoorlogen die de relaties enkel verzuren en de rechtzoekenden niet ten goede komen.