"Geen gesol met de vertrouwelijkheid tussen advocaat en cliënt"

“Met meer dan 90 enthousiaste medewerkers streeft de politiezone Erpe-Mere/Lede dagelijks naar een optimale tevredenheid van de inwoners, de bezoekers van onze gemeenten en onze overheden”, luidt het op de website van de betreffende politiezone. Nu ja, “optimaal” is een relatief begrip. Het betekent niet meer dan “zo goed mogelijk”. Enige resultaatswaarborg zit er niet in.

Dat “optimaal” niet eens “goed” hoeft te betekenen, kreeg een treffende illustratie in het nieuws dat De Tijd vorige week uitbracht: de Oost-Vlaamse politiezone heeft zich bezondigd aan het afluisteren van gesprekken tussen advocaten en hun cliënten. Niet dat de politie daar een non-believer zou zijn wanneer het erop aankomt de privacyregels te respecteren: “De lokale Politie Erpe-Mere/Lede neemt de bescherming van jouw gegevens serieus en neemt passende maatregelen om misbruik, verlies, onbevoegde toegang, ongewenste openbaarmaking en ongeoorloofde wijziging tegen te gaan”, zo verzekert de website nog.

Het was een klacht van een rechtzoekende die de bal aan het rollen bracht. Het Controleorgaan op de politionele informatie, bij ingewijden bekend als het COC, behandelde de kwestie. Eind maart publiceerde het een omstandig rapport dat bijna onder de radar was gebleven, ware het niet dat Lars Bové, de alerte journalist van dienst, de pin uit de granaat haalde.

Het COC-rapport is niet mals. Het herinnert eraan dat de vertrouwelijkheid van de relatie tussen advocaat en cliënt fundamenteel is en bescherming geniet op grond van het recht op privacy (artikel 8 EVRM) en het recht op een eerlijk proces (artikel 6 EVRM). Het COC verwijst naar de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, dat in R.E. t. Verenigd Koninkrijk het afluisteren van gesprekken tussen advocaten en hun cliënten vergelijkt met het onderscheppen van telefoongesprekken tussen hen. Het Hof onderstreept dat, waar artikel 8 de vertrouwelijkheid van alle correspondentie tussen personen beschermt, uitwisselingen tussen advocaten en hun cliënten een versterkte bescherming genieten.

Het COC wijst erop dat de loutere aanwezigheid van een camera in een lokaal voor vertrouwelijke gesprekken tussen de advocaat en zijn cliënt kan indruisen tegen artikel 6 en 8 EVRM, ongeacht of die daadwerkelijk filmt of geluidsopnames maakt, omdat de vertrouwelijkheid niet wordt gewaarborgd.

“Samen met u en onze overheden willen wij meewerken aan uw veiligheid en aan een omgeving waar het aangenaam te vertoeven is”, meldt de politiezone op haar onvolprezen website. In verhoorlokaal 4 serveert de politie de beloofde gezelligheid echter in sterk verlaagde dosissen. Daar was namelijk sprake van een configuratieprobleem in de video- en geluidsinstallatie. En laat dat nu net het lokaal zijn waar doorgaans het overleg tussen advocaten en hun cliënten plaatsvindt. Het COC stelt vast dat het geluid vanuit die ruimte permanent werd doorgegeven naar het lokaal van de officier van gerechtelijke politie “en de gesprekken dus altijd hoorbaar (afluisterbaar) waren.” Het COC besluit dat “er onafgebroken strafbare feiten gebeuren.”

De ministers van Binnenlandse Zaken en van Justitie lieten via de pers weten dat het parket het dossier onderzoekt. Ik heb namens de OVB een klacht ingediend bij het Comité P. Dat laatste neemt de kwestie alvast – terecht – zeer ernstig op.

In afwachting van de resultaten van het onderzoek heb ik ook contact gelegd met de hiërarchische overheden binnen de politie. Het is immers van essentieel belang dat wat in Erpe-Mere/Lede geconstateerd is, geen navolging kent in andere politiezones. Die check moet nu plaatsvinden en gepaste actie moet meteen volgen.

Volgens het COC lijken de inbreuken “eerder voort te vloeien uit onwetendheid dan wel een doelbewuste politiek”. Misschien. De balie rekent erop dat het verdere onderzoek de omvang van de wanpraktijk volledig zal blootleggen en dat het zal uitwijzen of er sprake is van moedwil. Het principiële belang van dat onderzoek kan niet overschat worden. Als de feiten het gevolg zijn van onwetendheid, dan moet er dringend wat gedaan worden aan de permanente opleiding van de politiemensen. Als er een probleem van nalatigheid is, dan moet er een einde komen aan de stroperigheid die maakt dat zo’n mistoestanden ingedekt of onopgemerkt blijven. Als er kwade wil in het spel is, dan is er een veel fundamenteler probleem, maar daaraan probeer ik nu even niet te denken. Wat in Erpe-Mere/Lede gebeurd is, is er los over.