"Méér blabla, minder Boum Boum"

Precies een week geleden kwam er een eerste levering aan van 3.500 nieuwe laptops, op een gepland totaal van 18.000, met eindbestemming de rechterlijke macht. Die hoogstnodige operatie past in een grotere beweging die Justitie het digitale tijdperk instuwt.

De Orde van Vlaamse balies volgt de ontwikkelingen op de voet en heeft even frequente als constructieve contacten met het kabinet en de FOD Justitie. De werven zijn groot, de ambitie en het enthousiasme zijn dat ook. Rome is niet in één dag gebouwd, het inhalen van de achterstand in de digitalisering zal tijd vragen. Maar de daadkracht is voelbaar.

De kentering die de coronacrisis teweeggebracht heeft, heeft al enkele huzarenstukjes opgeleverd. De efficiëntie waarmee zowel videoconferenties als digitale neerlegging van processtukken zijn ingevoerd of verbeterd, dwingt respect af. De weg is nog lang, maar de cultuuromslag is gemaakt.

Over de vraag of er ook een dringende nood bestaat aan investeringen in nieuwe pepperspray, laarzen en waterkanonnen voor de Brusselse politie, bestaat meer controverse. Ik durf niet zeggen dat wij conclusies mogen trekken uit de overigens schokkende beelden van het politieoptreden op La Boum 2 vorige zondag. Wie weet, wat ging er allemaal niet vooraf aan de scènes waarin een politieman een herdershond afstuurt op een wandelaar? een persoon die languit op de grond ligt begint te schoppen? zich omdraait en vanop korte afstand pepperspray spuit in het gezicht van een discussiërende vrouw? of tegen grote snelheid uitrukt met een waterkanon dat eruit ziet als een tientonner? Die voorgeschiedenis is niet bekend. Of de gefilmde personen deelnamen aan het idiote en onverantwoorde, maar met enig menselijk inzicht wel begrijpelijke La Boum 2, valt evenmin met zekerheid af te leiden uit de beelden.

Maar stel: de gefilmde personen waren deelnemers aan het misplaatste protestfeest in het Terkamerenbos. Misschien waren de politiemensen in kwestie moe getergd. Misschien waren zij afgepeigerd door diezelfde of andere operaties en waren zij zenuwachtig over wat nog kon komen. Misschien. Echter, moet de politie niet erop getraind zijn om in zo’n situatie het hoofd koel te houden? Om mensen tot kalmte aan te manen en slechts in uiterste nood geweld te gebruiken, en enkel als dat in verhouding staat tot de intensiteit van het protest?

Zou het kunnen dat de betreffende agenten ook in andere omstandigheden meer cowboy dan sheriff zijn? Zijn zij ook die Brusselse armen der wet, die steeds met loeiende sirenes laagvliegend over de trambedding, op weg snellen naar een interventie, waarvan wij moeten aannemen dat die extreem dringend is? Of die, natuurlijk wegens urgentie, het Poelaertplein oprijden in tegengestelde richting, zoals ik onlangs te zien kreeg? Brussel teruggeven aan de Brusselaars en daarom overal in de agglomeratie een snelheidsbeperking van 30km/u invoeren, behalve waar er een hogere snelheid staat aangegeven? Niet voor die geüniformeerde binken!

En zijn zij ook niet die hangagenten die eerst via de megafoon uitroepen “taxi, dégage!” en dan in “dubbele file” geparkeerd, ostentatief in groepjes bij altijd dezelfde buurtwinkels of eettenten rondhangen, kwestie van het veiligheidsgevoel bij de burger laag te houden en mogelijke impressies van betrouwbaarheid te vermijden? Die, als hen beleefd en met gepaste onderdanigheid een vraag gesteld wordt, niet verder komen dan geblaf, een snak en een beet?

Alle begrip voor de politiemensen die hun werk moeten doen in een lastige en zelfs vijandige omgeving. Het is bepaald geen wandeling door het park. Maar alvorens er nog eens geïnvesteerd wordt in uitrusting, kan er best eerst geld vrijgemaakt worden voor het opkalefateren van de vorming. Een basisopleiding aan de politieschool duurt één jaar en omvat 188 studie-uren geweld- en stressbeheer. Voor dit vak moet de aspirant 12/20 halen. Trek dit voor mijn part maar op naar 14/20, of doe iets met de inhoud van de cursus, maar dat er meer aandacht moet zijn voor omgang met macht, woedebeheersing en hoffelijkheid, ook ten aanzien van moeilijke burgers, is duidelijk. Kortom, méér blabla, minder Boum Boum.

Bij dit alles durf ik nog even uw aandacht vragen voor een andere ijzervreter die last had van omgang met macht: Napoleon Bonaparte, die vorige woensdag exact 200 jaar geleden overleed op Sint-Helena. Zoals de discussie in Frankrijk aangaf, zijn er genoeg redenen om de keizer der Fransen niet te herdenken. Maar er zijn minstens twee zeer goede motieven om dat wel te doen. Eén, hij richtte de balie terug op in 1810 nadat zij afgeschaft was in de Franse Revolutie, en daarom mag hij aanspraak maken op onze eeuwige dankbaarheid. Twee, hij gaf de impuls aan een codificatie van het recht, die een ongeziene en langdurige eenmaking van de juridische concepten in grote delen van Europa voor gevolg had. De tekst van het Burgerlijk Wetboek was van een zodanige kwaliteit dat Stendhal, één van de grootste romanciers van de 19de eeuw, er een echte fan van was. In een brief aan Balzac van 30 oktober 1840 schreef hij vanuit Civitavecchia: “… je lisais chaque matin deux ou trois pages du Code civil, afin d’être toujours naturel ...” Hij vond het wetboek de ultieme combinatie van “le naturel, la précision et la clarté.” Nu is het enkel nog wachten op een grootheid van de letteren van de 21ste eeuw om te melden dat hij of zij elke dag enkele bladzijden uit het recent nieuw Burgerlijk Wetboek leest.

Met genegen groeten,

Peter Callens

Voorzitter Orde van Vlaamse Balies