"Vindt het parket een kinderlockdownfeestje een zeer ernstig gevaar voor de openbare veiligheid?"

De heisa over de aanhouding in Kapellen van vijf 14-jarigen en twee 15-jarigen, coronafeestvierende kinderen bracht het parket ertoe om een publieke toelichting te geven. De feiten kent u intussen.

Dat politiemensen, in het kader van de beteugeling van de criminaliteit in de gemeente Kapellen, een woning binnengedrongen zijn, de aanwezige snot- of feestneusjes met ijzeren slagvaardigheid ingerekend hebben, ze lieten overnachten in een lokaal van de Politiezone Noord, en ’s anderendaags overbrachten naar het Antwerpse gerechtsgebouw, waar de jeugdrechter hen 18 uur na de vaststelling een fikse sanctie oplegde… velen stonden er paf van. Of de operatie op eigen initiatief van de politie plaatsvond, of op instructie van het Antwerpse parket, kan ik niet beoordelen, maar dat is niet relevant voor wat volgt.

Natuurlijk zijn de coronaregels er voor iedereen, en Kapelse villa’s vormen heus geen enclave die ontsnapt aan de stalen arm der wet.

Maar handhaving, zelfs van coronaregels, vergt afweging. Na de bekeuring van oude besjes die op bankjes zitten, van eenzame strandwandelaars toen hun bezigheid nog verboden was, of van studenten die samen op kot zitten, bereikt de coronarepressie een nieuw dieptepunt. Volwassen corona-overtreders krijgen een boete opgespeld van 250 euro, maar kinderen worden voor een nachtje het politiekantoor ingedraaid en krijgen er een huisarrest met werkstraf bovenop. Kwestie van een voorbeeld te stellen?

Volgens de toelichting door de persmagistraat voorzien de ‘richtlijnen’ dat jongeren moeten worden voorgeleid bij de jeugdrechter, als er sprake is van een ‘vooraf georganiseerd feestje’, of wanneer de jongeren zich weerspannig gedragen, of als het niet de eerste keer is dat de politie ze betrapt. In Kapellen bestond het vergrijp erin, naar verluidt, dat het feestje vooraf georganiseerd was.

Over welke richtlijnen de persmagistraat spreekt, is echter niet duidelijk. Bij coronadelicten door minderjarigen lezen wij in omzendbrief 06/2020, § 4.4, van het College van procureurs-generaal: “Gezien de omstandigheden is een onmiddellijke voorleiding op het parket of bij de jeugdrechter niet aangewezen, behoudens bij zeer ernstig en/of herhaald gevaar voor de openbare veiligheid, bijvoorbeeld wanneer een minderjarige het samenscholingsverbod blijft negeren of wanneer een minderjarige spuugt op mensen of wanneer een minderjarige oproept om de maatregelen niet te respecteren.” Moeten wij begrijpen dat het parket het ‘vooraf’ organiseren van een kinderlockdownfeestje als een ‘zeer ernstig gevaar voor de openbare veiligheid’ catalogeert? Of zijn er in de Politiezone Noord andere, hiërarchisch hogere ‘richtlijnen’ dan die van het genoemde College?

Dat er bedenkingen passen bij het opvoedingsproject van de ouders, is één zaak. Dat het laakbaar is dat veertienjarigen zich te buiten gaan aan alcoholgebruik, zoals sommige bronnen aangeven, behoeft ook geen betoog. Een bolwassing is dan op haar plaats, meer nog voor de ouders die dit lieten gebeuren, dan voor de puberale spring-in-'t-velds die, onder druk van hormonen en onvolgroeid oordeelsvermogen, na weken thuisarrest niet konden weerstaan aan de bekoring van een zevenkoppig lockdownpartijtje.

Als het de bedoeling was om het publieke vertrouwen in parket- en politiediensten te versterken, dan is dat mislukt. De politie, uw vriend? Vorige zaterdag toch even niet, voor die Kapelse jeugd. Misschien was het de weekenddienst ontgaan dat de grondbeginselen van het decreet van 15 januari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht in artikel 3 bepalen dat elk optreden “niet strenger of ingrijpender [mag] zijn dan gerechtvaardigd wordt door de aard en de ernst van het jeugddelict, de erdoor veroorzaakte schade en de objectieve gevaarlijkheid van de minderjarige voor de maatschappij”? En dat “aan het recht op vrijheid van de minderjarigen alleen de belemmeringen worden opgelegd die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de maatschappij of van de minderjarige zelf”? Kon de politie de kinderen bijvoorbeeld niet naar huis sturen en op maandag oproepen voor de jeugdrechter? Het ging om feestvierdertjes, niet om vandalen, geweldplegers, drughandelaars of inbrekers.

Het parket geeft toe dat de “impact [van de maatregelen] bijzonder groot kan zijn”, maar verzekert dat zij “niet lichtzinnig genomen worden”. Ach zo? Een parketmagistraat voegt toe: “Met dit soort feestjes brengen jongeren zichzelf en anderen in gevaar.” 

Bespaar ons die moraliserende commentaar, die een ministerieel besluit verwart met een morele gedragsregel. De kinderen overtraden de coronaregels, akkoord, maar geen morele regel. Zij brachten niemand in gevaar, tenzij één van hen besmet was met het virus, maar dat lees ik nergens.

Ook de avondklok overtreden is niet immoreel. Het is in strijd met het ministerieel besluit, punt uit. Anders is de persoon die in Sint-Pieters-Woluwe zijn hond uitlaat om 22u01 immoreel, maar niet de wandelaar in Kraainem, aan de overkant van de straat, waar de avondklok pas ingaat om 24u.

De 16de persoon die in Wervik een uitvaart bijwoont, overtreedt het coronabesluit, maar geen morele regel. Aan de overkant van de straat, in het Franse Wervicq-Sud, geldt de regel van 15 niet. Zijn mensen die ginds met meer dan vijftien een uitvaart bijwonen immoreel? Ik denk het niet.

Het amalgaam tussen juridische regels en moraal, zeker bij de coronamaatregelen, is erop gericht de repressiviteit ervan kracht bij te zetten en de zin voor kritiek in de kiem te smoren. Het is een propagandistisch argument dat teveel wil bewijzen en daarom de coronaregels zelf ondermijnt.

Met genegen groeten,

Peter Callens
Voorzitter Orde van Vlaamse Balies