“Advocaten onder toezicht van ambtenaren? No pasarán!”

Als u de Duitse film Das Leben der Anderen uit 2006 nog niet gezien hebt, dan beveel ik u hem warm aan. De intrige vertel ik u niet, maar ik wil wel verklappen dat die film van de regisseur met de luisterrijke naam Florian Graf Henckel von Donnersmarck gaat over afluisterpraktijken van de toenmalige Oost-Duitse geheime politie. Een beklijvende prent.

De Stasi-agent belast met het luistervinken handelt schijnbaar in het algemeen belang, zoals het gold in de heilstaat ten Oosten van het – toen nog niet neergehaalde – IJzeren Gordijn. Dat algemeen belang bleek naderhand niet zo algemeen te zijn als het regime graag wilde doen geloven. De film illustreert pijnlijk hoe particulier of pervers de écht beschermde belangen konden zijn. Ook zonder dat de agenten dat zelf goed in de gaten hadden.

De Berlijnse Muur is afgebroken maar sommige bekoringen van het ter ziele gegane regime blijken even hardnekkig te zijn als COVID-varianten. Zij waaieren zelfs uit naar onze contreien.

Zo wordt er gewerkt aan een nieuwe dataretentiewet die het onder meer mogelijk zou kunnen maken voor fiscale ambtenaren om inzage te krijgen in de metadata van telefonische gesprekken van belastingplichtigen, zoals locatie, duur of tijdstip ervan. En dus ook van telefoongesprekken tussen advocaten en hun cliënten-belastingplichtigen. Dat alles natuurlijk in het algemeen belang.

Advocaten-fiscalisten – en niet alleen zij – sloegen rood alarm.

Minister van Justitie Van Quickenborne meldde volgens de berichtgeving dat de privacy gegarandeerd blijft, weliswaar via een nog te creëren wettelijk kader. En dat er dus geen sprake zal zijn van toegang tot telefoondata zonder naleving van de nodige garanties, zoals de toestemming van een rechter. Met dank voor de welkome precisering wachten wij met kritische belangstelling af wat de teksten precies zullen zeggen.

Ook vanuit een andere hoek blijft er druk op de ketel komen. Zo lijkt het erop dat men in regeringskringen wil sleutelen aan de wet van 20 december 2002 betreffende de minnelijke invordering van schulden van de consument. De bedoeling – of het gevolg – van de aanpassing zou er naar verluidt kunnen in bestaan dat advocaten zich voortaan zullen moeten inschrijven bij het ministerie van Economische Zaken, als zij minnelijke invorderingen willen doen. Lees: ingebrekestellingen uitsturen aan consumenten.

Ambtenaren van de economische inspectie krijgen de bevoegdheid om overtredingen op te sporen – dat is nu al het geval – maar zij zouden dat ook bij advocaten kunnen doen, en dat is nieuw. De processen-verbaal van die ambtenaren gelden als bewijs, tot bewijs van het tegendeel. Overtreders kunnen hun inschrijving kwijtspelen. En dus geen minnelijke invorderingen meer kunnen doen. Allemaal in het algemeen belang, dat staat buiten kijf.

Misschien is dat nieuws een kwakkel. Ik durf het hopen. Maar als het de bedoeling is om de advocaten te onderwerpen aan toezicht vanuit de uitvoerende macht over de wijze waarop zij bijstand verlenen aan hun cliënten, dan is de grens meer dan bereikt: ¡No pasarán!

Advocaten moeten natuurlijk de wet toepassen. Overtredingen door advocaten moeten natuurlijk op een sanctie kunnen uitmonden, vanwege de rechtbank of de tuchtoverheid. Maar ambtenaren de macht geven om afstappingen te doen bij advocaten en hen de macht geven om sancties op te leggen is vele bruggen te ver. Tot nader order zijn advocaten gehouden tot het beroepsgeheim en moeten zij volstrekt onafhankelijk kunnen optreden, los van elke druk vanuit de uitvoerende macht. Niet zozeer in het belang van de advocaten, maar wel in dat van hun cliënten, die recht hebben op bescherming van hun privéleven en vrijwaring van hun rechten van verdediging.

Mogelijk is ongerustheid over al die ontwikkelingen onnodig. Maar aangezien beleidsmensen niet allemaal alle principes helder voor de geest hebben en het menselijke geheugen niet onfeilbaar is, los ik toch maar een schot voor de boeg. Kwestie van niet zelf in een foute film terecht te komen.

Met genegen groeten,

Peter Callens
Voorzitter Orde van Vlaamse Balies