“De bepaling van de doelstelling van het advocatenkantoor is de sleutel tot succes. Kiezen is winnen."

Op het OVB Congres in de zalen van het Elisabeth Center in Antwerpen kwam vorige vrijdag meermaals de vraag aan bod hoe advocaten anno 2022 hun kantoor mogen of kunnen laten floreren. Vanuit wettelijk oogpunt, op deontologisch vlak, of als ondernemers.

Eén van de vragen die daarbij rijzen, is deze naar het ultieme doel van de onderneming die het advocatenkantoor inmiddels geworden is. Menig advocaat ontwaakte tegen wil en dank in een nieuwe wereld, toen de wet plotsklaps bepaalde dat hij of zij ondernemer geworden was. In de geest van velen was ondernemer synoniem voor handelaar, het centrale begrip uit de – niet eens lang – vervlogen tijd van het wetboek van koophandel.

De advocaat respecteerde handelaars – en handelsvennootschappen – als actoren van de economie, vooral dan als zij ook cliënt werden. Maar daar hield het ongeveer op. In het diepst van zijn gedachten is de advocaat doordrongen van de onverenigbaarheid van zijn beroep met het drijven van handel of nijverheid, zoals artikel 437 van het Gerechtelijk Wetboek tot op de dag van heden voorschrijft.  

Het is met een wasknijper op de neus dat de advocaat zich ontpopt heeft tot die ondernemer, die dan wel handelaar noch nijveraar mag zijn, maar er voor de advocatenpraktijk zelf wel goed op lijkt.

Traditioneel werd ons aangeleerd dat de kerneigenschap van de onderneming er in de eerste plaats in bestond, winst na te streven. En bij voorkeur niet alleen die winst na te streven, maar ze ook om te zetten in klinkende munt. In monnaie sonnante et trébuchante, zoals de Fransen dat mooi zeggen.

De advocaat-ondernemer mag dus tegenwoordig toegeven dat hij of zij winst beoogt. Vies is die insteek eigenlijk helemaal niet. Zij staat ook niet op gespannen voet met de waarden van het beroep. Integendeel, winstgevendheid verleent de advocaat de middelen om zich te omringen met mensen en infrastructuur die nodig zijn om op niveau zijn of haar diensten aan te bieden. Zij ondersteunt de competentie van de advocaat en vermijdt beunhazerij: een goed draaiend kantoor zal veel gemakkelijker de lokroep weerstaan van zaken en cliënten die buiten het eigen kennisdomein liggen – of erger, van zaken die advocaten überhaupt niet mogen aannemen.

Minstens even belangrijk is dat de rendabiliteit van het kantoor een wezenlijke waarborg is voor de onafhankelijkheid van de advocaat. De armlastige advocaat zal het moeilijker hebben om zich onafhankelijk te gedragen en belangenconflicten uit de weg te gaan.

Zoals uit de debatten op het OVB Congres tot uiting kwam, is winstgevendheid inderdaad een noodwendigheid vanuit kwalitatief oogpunt. Winst valt echter, zo bleek evenzeer, geenszins terug te brengen tot maximale, in geld uitgedrukte winst.

Winst is een complex gegeven geworden, dat deels bestaat uit het geldelijke profijt en voor het andere deel uit het voordeel dat de onderneming genereert voor haar directe stakeholders in het bijzonder en voor het maatschappelijke verkeer in het algemeen.

Zoals Colin Mayer, hoogleraar management aan de Saïd Business School van de universiteit van Oxford het uitdrukte, zijn wij weggevloeid van Milton Friedmans doctrine, die erop neerkwam dat het enige doel van de onderneming erin bestond winst te maken. Het doel – in het Engels ‘purpose’ – van de onderneming wordt nu (ook) gemeten aan het maatschappelijke voordeel en het welzijn dat zij voor mens en omgeving bewerkstelligt. Het doel van de onderneming is niet langer koudweg geld opbrengen, maar winstgevende oplossingen te bedenken voor problemen van mensen en hun omgeving.

Wat daarbij centraal staat is de professionele betrouwbaarheid en integriteit van de onderneming, bij het bepalen van het eigen ‘purpose’, de realisatie ervan en de middelen die ervoor worden ingezet.

Een bekende manager, Maurice Lévy, voorzitter van de raad van toezicht van de groep Publicis, drukte het zo uit: wij evolueren van het maximaliseren van winst naar het optimaliseren ervan.

Het laatste hoofdstuk van zijn boek Prosperity (2018) begint Mayer met het opschrift ‘purpose first, the rest follow’. En purpose definieert hij als de reden waarom iets wordt gecreëerd, bestaat, en verricht wordt, en wat het zich voorneemt te worden. Purpose is niet toevallig een woord dat op het congres van vorige vrijdag meermaals gevallen is.

Die bepaling van de doelstelling van de onderneming – lees: van het advocatenkantoor – is de sleutel tot succes. De ervaring wijst ook uit dat purpose bij uitstek het recept is om jongere advocaten aan te trekken en bij het kantoor te houden. Welke materies wil ik behandelen, welke cliënten wil ik bedienen (en welke niet), tegen welke vergoeding wil ik dat doen, welke middelen wil ik daarvoor inzetten, met welke mensen wil ik dat doen? Waar staat mijn kantoor voor? Kiezen lijkt op verliezen, maar hier is kiezen winnen.

Als advocaten hebben wij alvast één groot voordeel: onze maatschappelijke rol is in kaart gebracht en onze deontologische regels stippelen op die kaart de grenzen uit van wat wij kunnen doen. Maar daarbinnen is de keuze aan u.

Met genegen groeten,

Peter Callens
Voorzitter Advocaat.be