Welk virus heeft onze politici besmet?

Deze week neemt de voltallige federale regering een reeks maatregelen om het fietsgebruik in ons land te promoten. Een uitstekende gedachte.

Minister van Justitie Vincent Van Quickenborne kondigt daarbij met enige trots aan dat, als deel van die maatregelen, de politie vanaf 1 januari een boete van €250 zal kunnen opleggen aan fietsendieven. De boete zal meteen aan de politieman of -vrouw betaald moeten worden met behulp van een QR-code of via Bancontact.
In één beweging is de burger beschermd en de fiets teruggevonden, zo moeten wij geloven.

Maar welk virus heeft onze bewindslieden besmet?

Vergis u niet. Wij staan op de eerste rij om diefstal, van fietsen of andere dingen, te veroordelen. Dergelijk wangedrag moet, zoals andere misdrijven, na vervolging gevolgd worden door een gepaste sanctie. Dat staat niet ter discussie. Het echte debat situeert zich op een ander niveau, en daar wringt het schoentje.

Scheiding der machten

Door de sanctionering over te laten aan de politie slaat de regering de verkeerde bocht in.

Eén, de bewindsploeg geeft blijk van misprijzen voor een beginsel van onze fragiele democratie, namelijk dat van de scheiding der machten, dat Locke en Montesquieu meer dan 250 jaar geleden zo schitterend beschreven hebben. Vanaf 1 januari zal het de politieagent zijn – lid van de uitvoerende macht – die de taak zal krijgen om diefstallen vast te stellen, de dader ervan te vervolgen, hem te sanctioneren en dus om recht te spreken over hem. Recht spreken wordt dus toevertrouwd aan de uitvoerende macht en onttrokken aan de rechterlijke macht.
Hoe zullen de vaststellingen gebeuren en welke rechtsmiddelen zullen er zijn tegen de beslissing van de agent, daarover tasten wij nog in het duister. Maar de techniek is duidelijk. In het bestek van een paar woorden legt de rechtstaat zijn grondbeginselen naast zich neer.

Twee, de politieke wereld toont misprijzen voor de rechterlijke macht en voor het werk van de rechters, die tot overmaat van ramp door de strikte budgettaire beperkingen niet beschikken over de middelen die zij nodig hebben om hun werk in geschikte omstandigheden te kunnen verrichten. Rechters, die zich dag na dag, met competentie en toewijding inspannen om de bewijzen die voorgelegd worden op hun merites te beoordelen, en als de verdachte schuldig bevonden wordt, hem of haar een rechtvaardige, juridisch verantwoorde en gepaste sanctie op te leggen. Die rechters worden nu vervangen door politiemensen.

Drie, de voorgestelde regeling vindt haar inspiratie – zo wordt ons voorgehouden – in de sanctiemechanismen die van toepassing waren in de covidcrisis. Op die manier wordt de uitzondering de regel. Wat te vrezen viel wordt dus realiteit. De covidregeling was al het voorwerp van heftige kritiek, maar kreeg als verantwoording de uitzonderlijk ernstige sanitaire crisis. Nu wordt de uitzondering de norm. Dit is een brug te ver.

Tenslotte moeten wij begrijpen dat de regel uitbreiding kan krijgen naar andere “kleinere” misdrijven zoals winkel- of andere diefstallen, kleine drugsmisdrijven enz. De uitzondering krijgt zo een inktvlekwerking en wordt tot regel verheven.
Ons rechtstelsel slaat op drift en het is hoogtijd om alarm te slaan. Het is onze democratie die op het spel staat.

Ondertekend,
Peter Callens, voorzitter Advocaat.be (ook bekend als Orde van Vlaamse Balies OVB)
Xavier Van Gils, voorzitter van Avocats.be

In de media

Lees het opiniestuk in De Standaard of Le Soir.