Wat advocaten wel en niet mogen tijdens de coronacrisis

Ook de advocatuur is tijdens de coronacrisis beland in een nooit geziene toestand. Besprekingen verlopen digitaal, het rechtbankwerk ligt stil, sommige advocaten zien hun werklast en dus ook hun beroepsinkomsten afnemen. Een aantal advocaten zetten daarom verdienstelijke initiatieven op, maar helaas wordt de crisis ook uitgebuit voor louter commerciële doeleinden.
 
We geven enkele praktijkvoorbeelden van wat advocaten mogen en niet mogen volgens hun deontologie en het economisch recht.

Gratis eerstelijnsadvies

Misleiding

Sommige advocatenkantoren bieden momenteel gratis eerstelijnsadvies aan. Daar is niets mis mee, maar ze moeten dat wel goed kaderen. Zo moeten zij u vooraf duidelijk meedelen wat dat eerste advies precies omvat, vanaf wanneer de dienstverlening niet meer kosteloos is en hoe de prijs dan wordt berekend.

Als (potentiële) cliënt mag u immers niet worden misleid. Zij mogen u niet lokken met gratis advies en u nadien de rekening presenteren. U moet vooraf duidelijk weten wat u kan verwachten. U misleiden strookt niet met de deontologische principes van advocaten.

Bovendien is misleiding een schending van het Wetboek van Economisch Recht. Advocaten hebben een informatieverplichting tegenover hun cliënt. Zij moeten u vooraf de prijs van hun diensten meedelen. Als ze die vooraf niet kunnen berekenen moeten ze u minstens de berekeningswijze geven. Zij moeten u ook informeren over een mogelijk prijsvoordeel zoals de kosteloze adviesverlening. Zij mogen er niet voor zorgen dat u met hen in zee gaat door verkeerde informatie over hun diensten.

Zij moeten u die informatie uit eigen beweging bezorgen, ook als de overeenkomst op afstand wordt afgesloten. U moet die informatie op een heldere en ondubbelzinnige manier krijgen, en tijdig voor het afsluiten van de overeenkomst. Als er geen schriftelijke overeenkomst wordt opgesteld, moet u die informatie hebben voor de verrichting van de diensten. Als advocaten dat niet doen, schenden zij de wet en hun deontologie.

Publiciteit

Dat advocaten tijdelijk gratis advies geven, maken ze vaak kenbaar via hun website of sociale media. Dat is dus een vorm van publiciteit. Advocaten mogen reclame maken als ze daarmee geen wettelijke of deontologische regels schenden zoals de waardigheid, rechtschapenheid en kiesheid van hun beroep.
 
Ook bij reclame maken moeten ze dus helder communiceren. Het voeren van misleidende publiciteit is opnieuw een deontologische inbreuk en een schending van het Wetboek van Economisch recht.

Ongevraagd benaderen van patiënten of hun familieleden

Blijkbaar zien sommige advocaten in de huidige crisissituatie een opportuniteit om op een ongepaste wijze cliënten te werven. Het gaat onder meer om het ongevraagd benaderen van COVID-19 patiënten of hun familieleden met het oog op het voeren van een procedure.
 
De Codex Deontologie, de verzameling van strenge deontologische regels voor advocaten, verbiedt het voeren van publiciteit door een gepersonaliseerd dienstenaanbod voor een bepaalde zaak of dossier, zonder dat de advocaat daartoe werd uitgenodigd.

Dat betekent dat hij niet spontaan mondeling, schriftelijk of op een andere wijze een potentiële cliënt mag contacteren voor een bepaalde opdracht. Een advocaat mag zich bijvoorbeeld niet opstellen aan de ingang van een ziekenhuis en er patiënten of hun familieleden aanspreken en voorstellen om een bepaalde procedure te starten tegen het ziekenhuis of een arts.
 
Dat wordt als opdringerig en dus onkies en onwaardig beschouwd, zeker tijdens deze coronacrisis. Advocaten willen niet dat de advocatuur dat beeld krijgt.

Deontologische richtlijnen

We hebben samen met onze Franstalige collega Avocats.be naar aanleiding van de coronamaatregelen enkele deontologische richtlijnen opgesteld voor advocaten.

Meer dan ooit leggen we de nadruk op de solidariteit die de beroepsgroep moet tonen tegenover de maatschappij en elkaar. Die solidariteit steunt immers op de basiswaarden van de advocatuur en maakt integraal deel uit van de deontologie van de advocaat. Ze hebben een maatschappelijke verantwoordelijkheid en moeten loyaal en collegiaal optreden. De stafhouders waken voor het laakbaar gedrag van sommigen en zullen optreden waar nodig.

Sereniteit en solidariteit verdienen in deze crisis de grootste aandacht.