Onafhankelijkheid van de advocaat: wat betekent dat precies? Lessen uit de zaak-Inez Weski
In de zaak van voormalig advocate Inez Weski heeft de rechtbank in Rotterdam een vonnis uitgesproken. Weski werd schuldig bevonden en kreeg een gevangenisstraf opgelegd.
Over dat vonnis nemen wij geen standpunt in. De zaak biedt wél aanleiding om stil te staan bij een fundamenteel beginsel van de advocatuur: de onafhankelijkheid van de advocaat. Wat houdt dat beginsel precies in?
Wat betekent onafhankelijkheid?
De advocaat staat zijn cliënt bij, geeft advies en verdedigt diens belangen. Daarbij zet hij alle relevante feitelijke en juridische argumenten in om voor de cliënt het best mogelijke resultaat te bereiken. Dat is zijn wettelijke opdracht.
Maar belangen verdedigen is niet hetzelfde als de belangen van de cliënt zonder meer overnemen. Een advocaat moet voldoende professionele afstand bewaren. Dat betekent dat hij niet zomaar alles doet wat een cliënt vraagt. Zoals een arts zelf beoordeelt welke behandeling aangewezen is, zo moet ook een advocaat inschatten of een vraag juridisch toelaatbaar, haalbaar en verstandig is. Is dat niet zo, dan moet hij weigeren of bijsturen.
Sommige grenzen zijn evident. Een advocaat mag geen feiten plegen die zelf strafbaar zijn, en mag evenmin medeplichtig worden aan misdrijven van zijn cliënt. Hij mag bijvoorbeeld ook geen vertrouwelijke informatie doorspelen aan derden, geen boodschappen van een criminele cliënt doorgeven aan mededaders en geen bewust valse stukken gebruiken in een procedure. Dat zijn geen details, maar harde grenzen van het beroep.
Onafhankelijkheid onder druk
In theorie lijkt dat eenvoudig, maar in de praktijk is het dat vaak niet. Zeker in dossiers over zware criminaliteit kunnen advocaten onder zware druk komen te staan, soms zelfs door bedreiging of intimidatie. Zulke zaken vragen niet alleen juridische kennis, maar ook koelbloedigheid, gezond verstand, oordeelkundigheid en morele standvastigheid.
Stel dat een advocaat zijn werk correct probeert te doen, maar dat een cliënt uit het criminele milieu hem onder druk zet om verdachte boodschappen door te geven. Wordt daarbij ook nog gedreigd met represailles tegen zijn gezin, dan is de situatie helder: de advocaat moet zich uit de zaak terugtrekken. In zo’n geval kan de advocaat ook advies vragen aan de stafhouder, die binnen de balie precies daarvoor een belangrijke begeleidende rol vervult.
Waarom die onafhankelijkheid de rechtsstaat beschermt
De onafhankelijkheid van de advocaat heeft nog een tweede dimensie. Wie de beroepsregels naleeft en zijn taak naar behoren vervult, kan niet worden verweten dat hij zijn cliënt verdedigt — ook niet wanneer die cliënt van zeer ernstige feiten wordt verdacht. Iedereen heeft recht op verdediging, ook wie door het publiek als volstrekt onsympathiek wordt gezien.
Net daarin schuilt een wezenlijk belang voor de rechtsstaat. Alleen wanneer ook gehate cliënten een vrije en doortastende verdediging krijgen, kan de samenleving met opgeheven hoofd zeggen dat recht is geschied. Zonder advocaat die bewijzen mag betwisten, procedurefouten of andere mistoestanden mag aanklagen en zijn cliënt onafhankelijk mag verdedigen, dreigt een proces een schijnvertoning te worden.
Daarom mag een advocaat niet worden vereenzelvigd met zijn cliënt: hij is niet degene die terechtstaat, maar degene die waakt over het recht op verdediging. Zonder dat recht op verdediging wordt justitie zelf verdacht of onbetrouwbaar, en dat wil niemand.
Peter Callens, Voorzitter Advocaat.be