Moet de rechtsstaat straks ook aan de beademing?

Naarmate de tijd vordert wordt de maatschappelijke malaise rond de vrijheidsbeperkende coronaregels er niet kleiner op. De zenuwachtigheid van beleidsmakers, handhavers en burgers is groot. Deze ontwikkeling, nu bijna een jaar na de aanvang van de gezondheidscrisis, noopt ons tot enkele overwegingen over de plaats van die maatregelen in de rechtsstaat en, accessoir, over de rol die de advocatuur daarin te spelen heeft.

Als vertegenwoordigers van de Belgische advocatuur kunnen wij er niet om heen dat de commotie over zeer uiteenlopende coronarechtspraak niet bijdraagt tot de algemene gemoedsrust.

De ene rechter legt zware boetes en zelfs gevangenisstraffen op voor corona-inbreuken, soms met een stevige dosis moraliserende commentaar.

Voor gelijkaardige feiten spreekt de andere rechter de verdachte vrij, omdat er naar zijn oordeel geen wettelijke grondslag bestaat voor bestraffing: in de rechtsstaat kan niemand bestraft worden tenzij er een duidelijke wet is die het vergrijp strafbaar stelt en daarvoor ook een straf bepaalt. Als die wet er niet is, dan spreekt de rechter vrij. Zo eenvoudig is dat.

Advocaten zijn er om hun cliënten te verdedigen. Als zij met overtuiging pleiten dat een ministerieel besluit geen wettelijke grondslag heeft en dus niet kan leiden tot bestraffing, dan doen zij niet meer dan hun werk: voluit gaan voor de belangen van hun cliënt, met alle juridische argumenten die voorhanden zijn. Advocaten behartigen de belangen van hun cliënt, zo nodig tegen de uitvoerende macht in. Dat is wat de cliënt van zijn of haar advocaat verwacht en dat is de rol van de advocaat in ons rechtsbestel. Als de rechter vervolgens oordeelt dat de redenering van de advocaat klopt, en dat het ministerieel besluit geen rechtsgrond heeft, dan moet de fout niet gezocht worden bij de rechter of bij de advocaat, maar bij de uitvoerende macht die de regelgeving zo opgezet heeft.

Wij doen hier geen uitspraak over de vraag of rechters die corona-overtreders vrijspreken gelijk of ongelijk hebben. Wat wij aan de kaak stellen is dat die juridische verwarring is kunnen ontstaan en nog steeds voortduurt.

Sommigen lijken nog steeds te geloven dat een maatschappelijke ordening bijgesteld kan worden, gewoon omdat wetenschappers of beleidslieden vanuit hun perspectief dat als noodzakelijk of wenselijk beschouwen, of omdat de redelijkheid dat vraagt, zoals zij die opvatten. Zij vergissen zich deerlijk. De maatschappelijke ordening is gebaseerd op juridische normen die zich ontwikkelen binnen een vooraf bestaand rechtskader, op basis van de grondwet en verdragsrechtelijke bepalingen. Die ordening kan aangepast worden, maar dan volgens de regels van datzelfde rechtskader. Wie dat anders ziet, betreedt het domein van willekeur en machtsmisbruik, die uiteindelijk kunnen uitmonden in tirannie.

Normen die de grondrechten en vrijheden van de burger beknotten omwille van de volksgezondheid zijn in deze crisis onmiskenbaar tijdelijk nodig, maar zulke vrijheidsbeperking zal enkel afdwingbaar zijn als zij er komt volgens de juridische spelregels. In de democratische rechtsstaat veronderstelt dit dat tijdelijke vrijheidsbeperkingen tot stand komen in het parlement of op grond van door het parlement vastgelegde, duidelijke en eenvormige criteria, na ordentelijke besluitvorming en na het inwinnen van de nodige adviezen van de Raad van State en andere instanties. En dus niet in de wandelgangen van, bijvoorbeeld, het ministerie van Binnenlandse Zaken, hoe verstandig en geleerd de initiatiefnemers ook mogen zijn, en hoe goed hun bedoelingen ook mogen zijn.

Bij dit alles komt nog de vijfvoudige vaststelling dat de coronanormen (1) met hoge frequentie veranderen en dus nauwelijks te volgen zijn, (2) gedragingen sanctioneren terwijl datzelfde gedrag korte tijd later als gevolg van voortschrijdend inzicht niet langer bestraft wordt, (3) symptomen vertonen van haastwerk en niet zelden onduidelijk of incoherent zijn, (4) aanleiding geven tot sancties die buiten elke normale verhouding staan tot het vergrijp dat zij beteugelen en de draagkracht van vooral jongeren en minder kapitaalkrachtige burgers disproportioneel op de proef stellen, en (5) onmogelijk efficiënt en eenvormig gehandhaafd kunnen worden. Deze explosieve cocktail leidt onvermijdelijk tot een perceptie van rechteloosheid en willekeur, en vormt een kweekvijver voor populisme en complottheorieën.

Wij zijn uitermate bezorgd over deze afbrokkeling van de rechtsstaat en de precedentwerking die uitgaat van het aanwenden van een al te wankele juridische basis voor de voortdurend wijzigende coronaregels en de daaruit voortvloeiende ongelijke behandeling van inbreuken erop. Het ‘nieuwe normaal’ waarmee wij om de oren worden geslagen kan nooit een reden zijn om de fundamenten van onze rechten en vrijheden uit te hollen.

In regeringskringen zou een noodwet of een pandemiewet – of beide? – in voorbereiding zijn. Dat zo’n wet uitgerekend nu, lange tijd na het ontstaan van de crisis, nodig zou zijn, versterkt alvast het argument dat de huidige wet geen voldoende grondslag biedt voor de heersende maatregelen, in tegenstelling tot wat ons wordt voorgehouden. Dat is zeer zorgwekkend.

Vrijheidsbeperkende maatregelen over een dergelijke lange termijn kunnen enkel als zij het resultaat zijn van een behoorlijk en diepgaand, democratisch parlementair debat, waarin méér speelt dan alleen partijdiscipline. Het is de allerhoogste tijd om dit debat te voeren. De rechtsstaat heeft een acuut zuurstoftekort.

 
Xavier Van Gils, voorzitter van de Ordre des barreaux francophones et germanophone
Paul Lefebvre, stafhouder van de Orde van advocaten bij het Hof van Cassatie
Peter Callens, voorzitter van de Orde van Vlaamse Balies
 
Over de Ordre des barreaux francophones et germanophone, de Orde van advocaten bij het Hof van Cassatie en de Orde van Vlaamse Balies

De Ordre des barreaux francophones et germanophone overkoepelt de Frans- en Duitstalige Ordes van advocaten in Wallonië en Brussel, en de Orde van Vlaamse Balies overkoepelt de Nederlandstalige Ordes van advocaten in Vlaanderen en Brussel. De Orde van advocaten bij het Hof van Cassatie verenigt alle advocaten bij dat Hof. Samen vertegenwoordigen deze instellingen alle ca. 18.000 advocaten van het land.

Dit artikel verscheen in De Standaard >>